Drentse wijn

Drenthe levert unieke landwijnen

Drenthe is een ideale plek voor rustzoekers. De provincie is dun bevolkt. Er wonen amper 500.000 mensen, vooral in kleine dorpen op het platteland. De provincie heeft een uitgesproken landelijk karakter. In de 19e eeuw maakten boeren de woeste gronden in de provincie langzaamaan geschikt voor landbouw. Naast landbouwgronden heeft Drenthe veel natuurgebieden, waaronder drie nationale parken. Assen, Emmen en Hoogeveen ontpopten zich als industriekernen. De TT heeft Drenthe ook internationaal op de kaart gezet.

Toeristen weten Drenthe goed te vinden. En dat is niet alleen dankzij de hunebedden. Drenthe is van alle markten thuis. De provincie scoort bovengemiddeld in de ING Toerisme Index. Het aantal toeristische overnachtingen in 2015 was 6,6 miljoen.

Beschermde Geografische Aanduiding

Drenthe heeft een Beschermde Geografische Aanduiding (BGA) voor wijn. Het specifieke terroir van de provincie geeft de wijnen een eigen karakter en smaak. De productievoorschriften van de BGA garanderen en beschermen dat. De geografische grenzen van de BGA komen precies overeen met die van de provincie. Het productdossier van de BGA Drenthe onderscheidt 5 wijncategorieën:

  • Wijn
  • Mousserende wijn
  • Mousserende kwaliteitswijn
  • Parelwijn
  • Parelwijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd

Kwaliteitseisen

Wijnen in de categorieën hierboven mogen op het etiket de traditionele naam Landwijn of Beschermde Geografische Aanduiding voeren. Voorwaarde is dat de wijnen voldoen aan de kwaliteitseisen van de BGA. Dat betekent concreet dat er alleen druiven mogen worden gebruikt die voorkomen op de provinciale lijst van 100 rassen. Het gaat om zowel klassieke als nieuwe rassen. Per hectare mag de opbrengst voor witte druiven niet meer dan 90 hectoliter zijn. En voor blauwe druiven niet meer dan 75 hectoliter. De witte wijnen uit Drenthe zijn fris, met vooral groene tonen. En de rode wijnen hebben aroma’s van rood fruit en zijn vol fruitig. Het alcoholpercentage moet tenminste 6,5% zijn.

Klimaat

Wat kunnen we zeggen over het terroir in Drenthe? In vergelijking met andere provincies is Drenthe iets minder zonnig, iets koeler en ook iets natter. Hoe verder van de kust, hoe lager het aantal zonuren. Drenthe is een van de noordelijke provincies is. Dat maakt het iets kouder dan in de zuidelijke provincies. De afgelopen jaren was het in heel Nederland gemiddeld opvallend warmer en zonniger. Die trend zet waarschijnlijk door. Het gemiddeld aantal zonuren kwam tussen 1991 en 2020 in het oostelijke deel van Drenthe uit op 1650-1700 uur. In het westen scheen de zon nog langer: 1700-1750 uur. In 2020 telde Drenthe maar liefst 1875 zonuren. Het record is ook nog niet zo oud. Dat stamt uit 2018 met 2041 uren. De zon schijnt in de belangrijke maanden voor de rijping van de druiven gemiddeld ook langer: september (150-155 uur) en oktober (115-120 uur).

Temperatuur en neerslag

De temperatuur ondervindt in Drenthe amper invloed van de zee. Daarom zijn er grotere temperatuurverschillen dan in de kustprovincies. In 2020 vestigde Drenthe bijna een jaartemperatuurrecord. De teller stokte bij een jaargemiddelde van 10,8°C graden. Dat is 0,2°C te weinig voor een evenaring van het record uit 2014. Het verschil tussen de dag- en nachttemperatuur in september is 9,3°C. In augustus, september en oktober schommelt de temperatuur tussen de 17-17,5, 14-4,5 en 10 en 10,5°C. Er viel vorig jaar in Drenthe 813 millimeter neerslag. Dat is nagenoeg gelijk aan het langjarig gemiddelde. Het regende 725 uur. Dat is relatief veel. Vooral december en februari waren natte maanden. De gemiddelde luchtvochtigheid is in de noordelijke provincies zo’n 83%. In september en oktober neemt dat toe: 84-86 en 86-88%. Het waait in Drenthe minder hard dan aan de kust. Het groeiseizoen telt 295-300 dagen.

Bodem

Het centrale deel van de provincie ligt tussen de 10 en 20 meter boven NAP. Dat noemen we het Drents Plateau. De bodem bestaat vooral uit keileem. Daar bovenop ligt een laag dekzand en soms veen. Het landijs liet in de voorlaatste ijstijd langwerpige ruggen achter in het landschap. Een voorbeeld hiervan is de Hondsrug. Hier en daar ontstonden zelfs kleine stuwwallen, zoals de Havelterberg. Na de voorlaatste ijstijd trokken beekjes en rivieren hun spoor door het landschap. Ze volgden het patroon van de langwerpige ruggen in het landschap. De groenlanden langs de beken werden vooral als weideland gebruikt.

Hoog en laag

De randen van de provincie liggen een stukje lager. Soms zelfs beneden NAP. Ze bestaan uit veengronden. Sinds de Middeleeuwen werden de grote veenmoerassen door kanalen ontwaterd. Het veen werd afgegraven door turfstekers. Mooie brandstof. Het Bargerveen in het zuidoosten en het Fochteloërveen in het noordwesten zijn nooit helemaal afgegraven. Daar is het oorspronkelijke hoogveen nog aanwezig.

© DutchWine4You